Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR7514

Datum uitspraak2004-11-24
Datum gepubliceerd2004-12-15
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/1045 WVG
Statusgepubliceerd


Indicatie

De Raad onderschrijft de uitspraak van de rechtbank dat van een verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake is.


Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L van de mondelinge uitspraak op 24 november 2004 CENTRALE RAAD VAN BEROEP meervoudige kamer Zitting heeft: mr. M.I. ‘t Hooft, als voorzitter, en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. R.H.de Bock, als leden griffier: C.H.T.W. van Rooijen 1e Zaak, reg.nr: 04/ 1045 WVG Inzake: [appellante], wonende te Amsterdam, appellante, verschenen in persoon, tegen het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde, verschenen bij gemachtigde mr. M. van der Hijden, werkzaam bij gedaagde. De rechtbank Amsterdam heeft het tegen het bestreden besluit van 13 mei 2003 ingestelde beroep bij uitspraak van 22 januari 2004, reg.nr. 03/3055 WVG, niet-ontvankelijk verklaard. Het oordeel van de rechtbank komt erop neer dat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de termijn, gesteld in artikel 6:7 jo artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend. Van een reden om de termijnoverschrijding ingevolge artikel 6:11 van de Awb verschoonbaar te achten is de rechtbank niet gebleken. De Raad heeft in hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De Raad beslist daarom als volgt: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Waarvan proces-verbaal. Utrecht, 24 november 2004 De plv. griffier. De fungerend voorzitter. C.H.T.W. van Rooijen mr. M.I. ‘t Hooft Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.